maandag 20 april 2015

Strijd met Apollyon..... om Jezus (2)

"Moet dat nou.... zo'n plaatje over de duivel?"
"In de vorige blog over Apollyon bedoel je?"
"Ja, dat plaatje maakte mij bang...."
"Denk je dat de satan meevalt dan?"
"Neen, dat geloof ik niet...."
"Heb je "De Heilige Oorlog" weleens gelezen? 
"Een ander boek van John Buyan?
"Ja.... daarin beschrijft hij de vijand van onze ziel"
"Helemaal geen medelijden?"
"Nee, hij is leugen, de haat zelf, dood en verderf, genadeloos"

In een vorige blogpost schreef ik over de duivel, de boze, de satan. Hoe
John Buyan (1628 - 1688) in een van zijn boeken, "De Christenreis naar de eeuwigheid", in sobere maar zeer krachtige woorden de strijd om de ziel van een mens beschrijft. Apollyon, eens een aartsengel, valt de hoofdpersoon "Christen" aan op de smalle weg die liep door de vallei van de Verootmoediging. Er ontstaat een gesprek voordat het gevecht op leven en dood uitbreekt.

Let eens op hoe Buyan eerst begint met de Apollyon te beschrijven. Voor hem is er geen enkele twijfel aan de gewelddadige moordzucht en de intense haat die Apollyon is, bezielt en uitstraalt. Hij zegt het zo: "Daar staat Apollyon, een monster, zeer vervaarlijk om te zien. Bekleed met schubben zoals een vis (dat is zijn trots), hij heeft vleugels als een draak en voeten als een beer. Uit zijn buik komen vuur en rook en zijn mond is als de muil van een leeuw. Hij kijkt Christen aan met een ontzettend kwaadaardig gezicht". Dan begint hij een gesprek. 

Het gesprek
Apollyon: "Waar kom je vandaan en waar ga je naartoe?" 
Christen: "Ik kom uit de stad Verderf, de plaats van alle kwaad en ben op weg naar de stad Sion". 
Apollyon: "Je bent dus een van mijn eigen onderdanen want de hele wereld is van mij. Ik ben namelijk de vorst en god ervan. Hoe kom je er dan zo bij om van je eigen koning weg te lopen? Als ik niets meer in je zag, zou ik je nu met één slag ter aarde neerslaan".
Christen: "Het is waar dat ik geboren ben onder je regering en heerschappij. Het was echter een harde dienst en je soldij, de beloning was zeer sober zodat het onmogelijk is dat een mens ervan in leven kan blijven. De bezoldiging, de uitbetaling van de zonde is immers de dood (Romeinen 6 vers 23). Toen ik mij dat realiseerde en ik ook andere mensen zag vertrekken uit de stad Verderf, ben ik een beter leven gaan zoeken".


Kom mee terug....!
Apollyon: "Er is geen koning die toestaat dat zijn onderdanen weglopen: ik zal je niet laten gaan! En als je zo over mijn dienst denkt en over het loon dat ik je betaalde, en zo erover klaagt dan beloof ik je alles wat mijn landschap ons zal bieden, je te geven als je meekomt. Je zult tevreden zijn".
Christen: "Dat wordt moeilijk want ik heb mij nu aan Iemand anders verbonden, namelijk aan de Koning der koningen. Hoe kan ik dan op een eerlijke manier naar je terugkeren?"
Apollyon: "Je gaat, zoals het spreekwoord zegt, van kwaad tot erger. Maar het gebeurt wel meer. Ja, het is iets gewoons dat degenen die zich voor Zijn dienaars uitgeven, Hem na een korte tijd weer de zak geven en naar mij terugkomen. Als je dat ook doet, komt alles weer goed." 
Christen: "Ik heb mij aan Jezus overgegeven en Hem trouw gezworen; hoe kan ik dan weer tot jou overlopen; ben ik dan geen verrader en zal ik dan niet worden opgehangen?"
Apollyon: "Dit is nu de tweede keer dat je mij tegenspreekt. Ik ben bereid dat te vergeven als je terugkeert en weer bij mij in dienst komt."

Nooit meer terug...!
Christen: "Wat ik je beloofd heb, deed ik in de tijd van mijn onwetendheid. Daarbij komt dat mijn Overste, onder Wiens banier en vaandel ik nu dien, mij kan ontslaan. Ja.... Hij kan mij ook vergeven, alles wat ik ooit misdaan heb, ook dat ik jou ooit diende. Maar meer nog, weet O, vernielende Apollyon, dat, als ik de waarheid zeg, Zijn loon en Zijn soldij, Zijn dienaren, Zijn regering, Zijn gezelschap en Zijn land, mij veel beter bevallen dan die van jou. Daarom.... verzoek mij niet verder en laat mij met rust. Ik ben Zijn knecht en wil Hem, Hem alleen volgen."
Apollyon: "Denk nog eens rustig na wat de smalle weg je verder bieden zal. Je weet, dat de meeste van Zijn dienaren een ongelukkig einde hebben, omdat zij tegen mij overtreden en mijn wegen verlaten hebben. Hoe velen van hen zijn door een schandelijke dood omgekomen. Je vind Zijn dienst beter dan de mijne. Maar, Hij is immers nog nooit gekomen uit Zijn plaats, om iemand van Zijn dienaren uit mijn handen te verlossen. Jij, en iedereen in de wereld, weet dat ik degenen die mij trouw dienden, dikwijls geholpen heb door list of door geweld en hen verlost heb van degenen die hen benauwden. En dat beloof ik je ook".
Christen: "Dat mijn Meester soms nalaat hen onmiddellijk uit te helpen, is om hun liefde te beproeven om te zien of zij Hem willen volgen tot het einde toe. En wat je een kwaad einde noemt, wat de Zijnen soms zouden hebben, dat achten zij het heerlijkste, dat hun kan gegeven worden. Want naar tegenwoordige verlossingen verlangen zij niet; zij zien bijzonder uit naar hun heerlijkheid en die zullen zij genieten als hun Koning komen zal in Zijn heerlijkheid met Zijn heilige engelen".

Beschuldigingen

Apollyon: "Je bent Hem reeds ontrouw geweest in je dienst. Hoe durf je dan je zelf nog in te beelden enig loon van Hem te zullen ontvangen?"
Christen: "Waarin ben ik, O Apollyon, Hem ontrouw geweest?"
Apollyon: "Toen je je pas op reis begaf (uit de stad Verderf), ben je bezweken toen je bijna stikte in de poel Mistrouwen. Je bent een verkeerde weg ingeslagen om van het zondenpak op je rug verlost te worden. Je had moeten wachten tot je Vorst het van je rug afnam. Je hebt een zondige slaap geslapen en daarin je dierbare dingen verloren. Je bent bijna bewogen geweest, terug te gaan toen je de leeuwen zag. En wat je ook zegt van je ervaringen, van binnen hunker je naar ijdele eer, in alles wat je zegt of doet."
Christen: "Al wat je daar spreekt is waar en nog veel meer wat jij niet weet. Maar de Vorst, Die ik eer en dien, is genadig en wil graag vergeven. Inderdaad deze gebreken hadden mij in hun bezit toen ik nog in jouw land woonde; daar heb ik ze ingezogen. Ik heb er ook onder gezucht en ben er bedroefd over geweest en heb vergeving gekregen van mijn Koning."

Begin van gevecht
Toen werd Apollyon zeer grimmig en braakte gewelddadig de volgende woorden uit: "Ik ben een vijand van jouw Koning, ik haat Zijn persoon, ik haat Zijn wetten en ik haat Zijn volk. Ik ben tegen je opgetrokken om je tegen te houden." 

"Ga opzij Apollyon!" zei Christen "en pas op, wat je doet, want ik ben op 's Konings weg, de weg van heiligheid; daarom nogmaals ga opzij want ik ga verder!"

Nooit te vertrouwen, altijd uit op onze ondergang: "....... een zeer verderfelijke 
pestilentie, een schrik van de nacht, een pijl die overdag vliegt, de pestilentie 
die in het donkerheid wandelt en het verderf dat op de middag verwoest". 
Dit zegt de psalmist in Psalm 91 over de boze!

Wat gebeurde er nu eigenlijk?
Op een indrukwekkend manier schetst John Buynan hier een beeld van het gewelddadige en moordzuchtige karakter van Apollyon en de kracht van zijn verzoeking. Als je dit leest, dan is het voorkomen, het uiterlijk van Apollyon al meteen bedreigend en grof intimiderend. Dat is niet altijd zo want hij verschijnt soms ook wel als de engel van het licht. Hier echter vertoont hij vanaf het begin zijn ware aard met diepe doodsdreiging

Tegelijkertijd onder die diepe dreiging van geweld, dood en verderf, verzoekt hij hier Christen krachtig. Hij vecht zijn geloof in Jezus Christus aan en biedt een makkelijke vluchtweg voor het komende gevecht, namelijk terug naar de brede weg. Als Christen meegaat, zal hij hem bovendien voorzien van het nodige 'list en geweld' om te kunnen leven, daar. Hij probeert Christen tot afval van Jezus Christus te verleiden. Daarna ontmoedigt Apollyon Christen diep door hem te wijzen dat hij vele kinderen van God (heeft) laat vermoorden en doden en dat Jezus hen niet uit zijn hand verlost(e).

Vervolgens beschuldigt Apollyon Christen van ontrouw aan Jezus. Hij somt een hele rij van falen en zonden op en probeert Christen daarmee verder te ontmoedigen. Indirect wijst Apollyon hem op het feit dat hij alles weet. Immers Apollyon was niet zichtbaar aanwezig, tenminste als je die belevenissen van Christen op de smalle weg leest. Toch weet Apollyon het, daarbij doet hij voorkomen alsof hij alles weet. Opnieuw biedt hij Christen een diepe leugen aan. Hij verzoekt hem met deze verborgen leugen, immers de satan is niet alwetend. 

En dan, tot slot, barst Apollyon los, toont zijn ware aard en braakt zijn haat tegen Jezus en Zijn volgelingen uit als hij ziet dat Christen niet van plan is te wijken. Hij kent geen genade. Integendeel hij wil de dood van Christen en hem de weg naar Sion versperren. Het gevecht op leven en dood breekt uit. Jezus gaf, en geeft, een juist beeld van de boze als de dief in Johannes 10 vers 10a zoals wij dat hier zien weergegeven door John Buyan: "De dief komt niet dan om te stelen, slachten (keel afsnijden) en te verderven (vernietigen)". Wij zien dat hier maar daarover, over dat gevecht, meer in een volgende blogpost. Nu eerst de lessen. 

Lessen
Wij zien het volgende: een directe dreiging van geweld en dood, met daarachter een diepe aanvechting van het geloof, vervolgens een poging om van Jezus af te vallen en ontmoediging van Christens' ziel. Buyan laat hier zien wie de satan, de boze werkelijk is. Hij wil hiermee niet aangeven dat je met hem in gesprek moet gaan. De vraag is dan wel hoe wij hiermee omgaan als de duivel ons leugens in je oor fluistert of in onze gedachten brengt of tegenstand organiseert in ons lichaam of door mensen in onze omgeving. Dat doet hij immers altijd bij ons als wedergeboren gelovigen en hoe reageren wij dan daarop?

Gaan wij debatteren of.... wijzen wij hem onmiddellijk af? 
Gaan wij discussiëren of.... weerstaan wij hem meteen? 
Gaan wij toegeven of.... strijden wij direct tot bloedens toe?
Gaan wij vluchten of.... gebruiken wij de gehele Goddelijke wapenuitrusting? 
Gaan wij zijn leugens geloven of.... blijven wij vaststaan op de Gods waarheid?
Gaan wij zijn omwegen volgen of.... blijven wij zonder aarzelen Jezus navolgen?
Gaan wij luisteren naar de boze of.... neigen wij ons oor naar Gods Geest Die in ons woont?
Gaan wij in op zijn verleidingen of... houden wij ons er meteen dood voor?
Gaan wij voort in de nederlaag of ..... voort in de overwinning van Christus Jezus?

Bedenk vooral hoe het ging bij Eva met die misleidende, vragende en sluipende verzoeking van de slang. Zij ging in gesprek, ging in op zijn leugens en kwam ten val. Denk niet dat de boze veranderd is; integendeel hij is moorddadig en roofzuchtig als ooit tevoren want hij weet dat zijn tijd kort is!

Les 1. Wij moeten hem meteen, direct en zonder omwegen afwijzen, hem meteen vanuit de kracht van Gods Geest in ons, wederstaan. Er is geen andere weg om met diepe aanvechtingen en smerige verzoekingen om te gaan. Wij moeten precies doen zoals Jezus deed in de woestijn. Hij hanteerde het zwaard van de Geest en deed dat met de gordel van de waarheid. Anders gezegd: de vurige pijlen op Jezus' vaste geloof in God de Vader weerde hij af met het schild van het geloof en Hij hanteerde het zwaard van de Geest, dat is het woord. Dit is ook de enige weg voor ons want Hij ging ons voor met: "Er staat geschreven...." Hanteer ook, net als Jezus, het zwaard van de Geest, dat is het woord. Dat woord dat in zichzelf krachtig is, levend is en scherper is dan enig tweesnijdende scherp zwaard (Hebreeën 4 vers 12). Dan zal de boze wegvluchten!

Les 2. John Buyan geeft hier een beeld van zijn ervaringen met de diepe aanvechtingen en verzoekingen van de boze in zijn vroege christenleven. De geestelijke strijd die hij had en wij hebben, is niet tegen mensen, niet tegen welk mens dan ook! Ook niet tegen onze naasten die ons dwarszitten, opgestookt (onbewust en onbedoeld, misschien) door de boze. Paulus zegt dat wij niet de strijd hebben tegen vlees en bloed! Wij hebben niet te strijden tegen onze buurman, niet tegen onze man of vrouw, niet tegen onze kinderen, niet tegen onze vader of moeder, niet tegen onze oma of opa, niet tegen onze vrienden en vriendinnen, niet tegen medegelovigen, niet tegen onze beulen en moordenaars. Daar is de strijd niet tegen maar tegen de er achter verborgen organisatie van de hel en de eeuwige dood zoals Paulus deze opsomt in Efeze 6 vers 12. 

Les 3. Wij kunnen geen moment, geen seconde zonder onze wapenuitrusting, volledig aangetrokken zoals deze wordt beschreven in Efeze 6 vers 10 tot 20. Deze is van God Zelf afkomstig! Moet je je voorstellen, direct afkomstig van de Almachtige Schepper van de hemel en de aarde. Afkomstig van God Wiens Zoon, Jezus, alle macht heeft in de hemel en op de aarde (Mattheus 28 vers 18). Juist Hij heeft alle werken van de boze verbroken (1 Johannes 3 vers 8), zijn kop vermorzeld (Genesis 3 vers 15b), de boze de macht van de dood ontnomen (Hebreeën 2 vers 14 en 15) en de duivel gevangen genomen en tot spot tentoongesteld (Kolossenzen 2 vers 14 en vooral vers 15)! Die Goddelijke wapens zijn ons niet gegeven om terug te deinzen en ons door de boze te laten inpakken. Neen.... die wapens en het gebed (ook een van de meest krachtigste wapens) zijn er om de duivel mee te verslaan en te overwinnen! Om de overwinning, die er in Christus Jezus is, mee te behalen en.... te behouden. 

Les 4. Wij moeten de boze niet iets vragen of om iets verzoeken. Christen verzocht de duivel te vertrekken met de verzoeking en hem met rust te laten. Dat betekent dat de duivel de ruimte die hij heeft ingenomen, niet afstaat maar zich rustig moet houden en rust moet geven. De Bijbel echter leert ons dat de enige echte rust te vinden is in Christus Jezus, onze overste Leidsman en Voleinder van het geloof. Spreek altijd op gebiedende wijze tegen de satan, wijs hem onmiddellijk af in de Naam van Jezus. Als wij worden lastig gevallen door leugens, door hem georganiseerde verdrukkingen dan moeten wij die met de waarheid en gebed beantwoorden. Hem, de boze wegsturen in de naam van Jezus. Jezus ook hierin navolgen en doen zoals Hij deed!

Jezus Overwinnaar!
Want.... Jezus heeft de werken van de duivel verbroken (Johannes 3 vers 8) en hem de macht van de dood en de hel ontnomen (Hebreeën 2 vers 14 en 15). Hoe dan ook als ons diepe afwijzing en verdrukking in het vooruitzicht staan of worden voorgesteld (dat is ook lijden om Zijn Naams wil, toch?) of wij het moeten ondergaan dan wil Jezus dat wij Hem blijven volgen. Hij zal ons dan genade en kracht geven om dat lijden te volbrengen. De martelaarsboeken staan er vol van en wij zien het nu in de landen waar christenen vervolgd worden om Zijn Naams' wil. En niet te vergeten.... Jezus ging ons voor en ging voor ons de dood in en stond als de Eersteling weer op uit de dood en is gezeten aan de rechterhand van de Vader. 

Paulus zegt ervan in Efeze 1 vers 21 tot 23: "Ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij, en allen naam die genaamd wordt, niet alleen in deze wereld (tijdperk) maar ook in de toekomende; en heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft hem de gemeente (dat zijn wij) gegeven tot een Hoofd boven alle dingen; welke Zijn Lichaam is en de vervulling Desgenen Die alles in allen vervult". Dat is Jezus die wij volgen, soms struikelend echter nooit meer terug naar de brede weg, de wereld en het leven in de zonden! Jezus alleen!

Vlucht voor je leven....
Stel dat je nog niet gered bent, nog niet uit genade zalig geworden bent door het geloof en je nog op weg bent naar je eindbestemming, naar die vreselijke plaats, de hel en je nog steeds onder de macht van satan ligt (Handelingen 26 vers 18), ga dan direct op weg naar God voor de zaligheid voor je ziel. Laat je door niemand en niets tegenhouden!

Verlaat de weg naar de eeuwige dood, ga door de enge poort de smalle weg ten leven op en haast je en spoed je omwille van je leven! Waarom uitgesteld tot morgen wat heden, voor wat nu voor je klaarligt? Stel het niet uit maar ren en vlucht voor je leven naar Jezus. Hij staat klaar om je te redden en eeuwig leven te geven door het geloof!

Kom.... ruil, door het geloof, de dood in voor het eeuwige leven met Jezus!
Kom.... laat je overzetten van de duisternis naar het rijk van Gods Zoons liefde!
Kom.... het is tijd om eindelijk thuis te komen. God, de Vader wacht!


Als je geholpen wilt worden om (opnieuw) bij Jezus te komen, mail dan naar Cees van Beek op e-mailadres: levendenstromendwater@gmail.com. Vragen over deze blogpost zijn uiteraard welkom.