maandag 12 september 2016

Jezus' Koninkrijk van tekenen en wonderen!

"Daar valt iemand, moet je zien"
"O... en daar huilt iemand, zo heb ik het nog nooit gehoord!"
"Daar waggelt iemand... zij lijkt wel dronken"
"En kijk daar eens... hij schudt helemaal"
"En hoor je dat niet, hij blijft lachen..."
"En die man daar legt de handen op"

"Kijk daar een kreupele die gaat lopen..."
"Moet dat eens zien... het lijkt wel duivels"
"Gelukkig worden zij opgevangen want anders..."
"Maar zie je dat dan?
"Daar wordt op iemand geblazen en die valt ook..."
"O kijk, een mongool die iemand aanraakt..." 

Samen zitten zij een YouTube filmpje te bekijken over het optreden van een prediker in het buitenland. Zij waren op zoek gegaan naar een diepere vervulling van Jezus Die zij jaren geleden hadden aangenomen. Beiden verlangden zo naar meer van God de Vader, naar meer van Jezus te ervaren, naar meer van de Heilige Geest en naar meer kracht en liefde voor zondaren. Nee... niet naar meer theologie, nee... niet naar meer leerstellingen, die kenden zij inmiddels zo ongeveer van buiten. Zij waren er achter gekomen dat daar de kracht van Gods Geest niet vandaan kwam. Steeds grotere kennis ervan veranderde henzelf van binnen niet en ook andere ouderen en jongeren niet. 

Die leerstellingen waren goed voor je verstand. Je kon er dagenlang over spreken, studiedagen over organiseren, elke zondag naar luisteren en onderling over debatteren maar het bevredigde het diepe verlangen van het hart niet, totaal niet. Het eindigde vaak in gelijk moeten hebben. Het ging dan niet over dat overvloedig drinken van de hemelse nectar die dronken maakt en Gods directe nabijheid geeft. Zoals die prediker, die oudvader, Herman Witsius, ervan dronk in 1656. Hij noemde dat een heilige mystieke dronkenschap en zei dat iedereen die die nectar dronk, vol is van God en de hemel nabij!

Diep verlangen
Hun harten hongerden naar "dat meer". Er moest meer zijn dat kon niet anders want Jezus Die niet alleen de Weg en het Leven is maar ook de Waarheid, had Zelf in Johannes 10 vers 10b gezegd: ".... Ik ben gekomen om hen leven te geven en om overvloed te geven". Wat bedoelde Jezus nu met die overvloed? Dat Hij sprak over "leven te geven", snapten zij. Zij hadden dat leven ontvangen toen zij Hem aannamen, toen zij in Hem geloofde en hun hart aan Hem gaven, precies zoals Salomo dat gezegd had: "Mijn zoon (mijn dochter) geef mij je hart" (Spreuken 23 vers 26). Dat hadden zij gedaan en hun levens waren omgekeerd, zij hadden een nieuw zacht hart ontvangen en een nieuwe geest, diep van binnen. Zij waren opnieuw, van boven geboren, behouden, gerechtvaardigd, hadden de Geest ontvangen en dat eeuwige leven. 

Maar wat betekende nu die overvloed die zijzelf maar niet ervaarden. Hun leven leek zo vaak een slagveld, geregeerd door het "ik", door "het zelfleven" in combinatie met nederlaag, na nederlaag op de vijand en de zonde en de wereld. Het woekerde onzichtbaar voor de buitenwereld en was dodelijk vermoeiend want zij wisten dat er meer nodig was om voor Hem te leven. Zij waren op zoek gegaan naar meer van Jezus en vroegen zich af hoe Hij wilde dat zij voor Hem zouden leven. Waar was dat leven waarover zij lazen in het boek Handelingen, waar was dat in hun eigen leven, waar was dat in hun kerken, in (huis)gemeenten en waar was dat in andere gelovigen? De oogst was er, de velden waren wit maar hoe werden zij nu arbeiders in Zijn oogst? Zij zagen het niet, en zeker niet dat er dagelijks "drommen" mensen toegebracht, gered werden. 

Jezus' voorbeeld... maar hoe?
Zij hadden de Evangeliën nauwkeurig bestudeerd en ook het boek Handelingen. Zij lazen over de grote tekenen en wonderen die Jezus en de apostelen en de volgelingen van Jezus toen deden door de kracht van de Heilige Geest. Niet om de aandacht van de vergeving van zonden af te trekken maar juist om die daarop te vestigen. Deze wonderen trokken de Joden en de heidenen van toen als een magneet naar Jezus, naar de apostelen en naar de gelovigen. Velen die genezen waren, geloofden daarna ook dat Jezus Gods Zoon was. Hun eigen afgoden konden immers niet genezen, konden geen wonderen doen. Hun heidense afgoden en hun Joodse religie was dood. 

Hun religieuze afgoden konden niet spreken, horen en doen. Het was een harde slavendienst waarvan de slavendrijvers steeds meer eisten. Zij hadden de levende God ontmoet Die bovennatuurlijke wonderen en tekenen deed. Die God Die leven gaf en hoop, wilden zij dienen want dat leven gaf diepe rust, eeuwige vrede en onuitsprekelijke vreugde en genezing en herstel. En ... zij hoefde daar niets voor te doen, niet voor te werken, niet voor te offeren en niet aan Hem te laten zien hoe goed zij wel niet waren. Nee... het was uit genade dat zij dat ontvingen! Hun afgoden leidden hen naar het eeuwige verderf maar van Jezus ontvingen zij het eeuwige leven. Die tekenen en wonderen zorgden ervoor dat die Joden en de heidenen bekend werden met de levende God. Die God Die het beste met hen voor had en dat zo uitte om hen naar Zich toe te trekken!

Zoektocht
Overtuigd dat dit de waarheid moest zijn, zochten zij verder. Zij liepen conferenties af en allerlei studiedagen maar ervoeren niet die overvloed. Het ging nauwelijks daarover. Zij deden wekelijks meerdere Bijbelstudies en volgden cursussen discipelschap en geestelijke groei maar feitelijk was er geen vooruitgang in het geloof, integendeel. Ja... zij kregen wel meer kennis, steeds meer maar waar was de kracht? Zij lazen in de eerste Korinthe brief in hoofdstuk 4 vers 20 dat Paulus sprak over dat het Koninkrijk van God niet bestond uit woorden (uit verstand, uit kennis, uit discussies, uit debatten, uit preken luisteren en uit boeken) maar uit kracht! Paulus zei letterlijk: “Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit kracht." 

En in de Hebreeënbrief getuigt Paulus ervan over zijn eigen bediening als hij spreekt over de grote zaligheid die mensen gehoord hebben. Dan zegt hij over die krachten en bedieningen van de Heilige Geest: "God bovendien mede betuigende door tekenen en wonderen en menigerlei krachten en bedelingen van de Heiligen Geest naar Zijn wil". Bij Paulus was dat een vast onderdeel van zijn optreden en prediking. Maar bestond die veelheid aan krachten en gaven van de Heilige Geest dan nu nog wel? Er waren mensen die zeiden dat dat voorbij was nadat de apostelen gestorven waren. Nergens echter in de Bijbel konden zij ook maar een (1) Goddelijke aanwijzing ontdekken dat die krachten en wonderen en tekenen alleen voor die tijd zouden gelden. Zou God dan een God van verandering zijn en niet meer Dezelfde zijn van toen, en van nu en tot in alle eeuwigheid? Dat was uitgesloten!

Opwekkingen van toen...
Zij zochten verder en verdiepten zich in de opwekkingsgeschiedenissen na Pinksteren en al de eeuwen erna en die vandaag de dag plaatsvinden. Zij lazen authentieke boeken en oude tijdschriften en verslagen van ooggetuigen. Zij begrepen daaruit dat als Gods Geest neerdaalde in kracht dat er dan vaak, bijna altijd, vreemde dingen gebeurden. Toen God neerkwam op het marktplein in Yarmouth (Engeland) in 1921, vielen honderden mensen neer alsof er oorlog was. Het plein zag eruit alsof het een slagveld was, getroffen door de heiligheid van God. De mensen lagen verspreid onder de overweldigende Goddelijke kracht die hen onder handen nam. 

Ook in de Kentucky Revival van rond 1800 in de Verenigde Staten, tijdens een zogenaamde 'camp-meeting' waar 25.000 mensen aanwezig waren, vielen er plotseling 3000 jongeren en ouderen op de grond. Als door een kogelregen getroffen, sloeg Gods Geest hen met grote kracht neer (net zoals Paulus op de weg naar Damascus). Sommigen lagen uren en dagen als voor dood, anderen lagen te beven, weer anderen huilden en huilden en sidderden onder sterke overtuigingen van zonden en oordeel. Weer anderen juichten, spraken in tongentaal en dansten en waren vervuld met onuitsprekelijke vreugde. Het bestond dus na Pinksteren maar zij hadden dit nooit meegemaakt... Waarom dan toch niet? Zij waren niet op zoek naar sensatie maar naar het optreden van Gods Geest en de geweldige oogst die diepe indruk maakte!

Hoe nu dan?
Zij verlangden naar die Geest die, toen en daar, zo vaak door "die valleien met dode doodsbeenderen" gegaan was in de kerken en op straten en pleinen en in huizen. Dat de levendmakende Geest dat werk weer zou doen. Dat de Geest weer zou gaan waaien in dode godsdiensten, afgedwaalde gelovigen, ook binnen dode christelijke godsdienstigheid van regels, wetten en tradities. Zij zagen weinig leven in zichzelf, weinig om hen heen terwijl in God alle hemelse overvloed moest zijn. God Die een oneindige overvloeiende Fontein is van genade, licht, wijsheid en kracht. God Die wil levend maken, God Die wil opwekken, God Die Zichzelf wil uitgieten, God Die Zijn Geest wil uitstorten in en op kinderen, jongeren en ouderen en stokouden. 

Soms ervaarden zij de last op hun schouders voor hun eigen kinderen, hun ouders, hun buren maar er was echter zo weinig kracht en zo weinig liefde. Zij hongerden en dorsten naar meer van de gerechtigheid maar die vervulling bleef uit. Zij merkten wel dat er diep in hun binnenste iets was gaan branden. Hun hart sprak dat zij de weg naar die overvloed zouden vinden, dat zij een vruchtdragend leven zouden gaan leiden. Dit wankele geloof versterkte hen in het volhouden om te zoeken naar die schatten, naar al die geestelijke zegeningen in Christus Jezus in de hemel die ook voor hen klaarlagen.  


Als zij geen vrucht voortbrachten, zouden zij worden omgehakt en in het 
vuur geworpen. Al hun bouwmaterialen van hout, hooi en stoppelen 
zouden in het vuur verbranden. Zij zouden hun bestemming mislopen! 
Zij wilden vruchtdragen en de volle schoven binnen brengen voor Jezus!

Ommekeer...
Toen lazen zij van een conferentie waar het zou gaan "over dat meer" waar zij al zolang naar zochten en zo naar verlangden. Zij gingen ernaar toe maar in de dagen en weken ervoor hadden zij onderzocht of al die verschijnselen zoals dat vallen, huilen en lachen en schudden en trillen en beven dat zij op YouTube gezien hadden en over gelezen, wel Bijbels waren. Er waren namelijk mensen die beweerden dat die verschijnselen, die manifestaties demonisch waren en niet afkomstig van Gods Geest. Zij lazen daarvoor in de Bijbel alle wonderen die God gedaan had, nog eens na met andere ogen. Het viel hen op dat wanneer God de aarde aanraakte dat de mensen dan ook diep werden aangeraakt. Vaak beefden en sidderden zij en konden niet blijven staan. 

Bij het lezen over de wetgeving op de berg Sinaï, drong het tot hen door dat toen God op de Sinaï neerdaalde er indrukwekkende en onbeschrijfelijke verschijnselen waren. Die berg ging staan te schudden en te roken. Die berg, misschien wel honderden miljoenen tonnen rots, beefde en sidderde en brandde met een verterend vuur en rookte als een oven en er waren wolken en donkerheid, en duisternis boven en bliksem en donder. Het Goddelijke bazuingeschal was zo sterk dat het volk zeer vreesde (Exodus 19)... de almachtige God, de Schepper van hemel en aarde, was neergedaald! Zij dachten, als nu dode materie zo heftig reageerde op het neerdalen van God, hoe zou dan een nietig mens reageren als God hem of haar aanraakt? Ook ontdekten zij dat de Psalmen en de profeten vol stonden met verschijnselen als God mensen of de natuur van bergen, bomen en dalen en heuvels aanraakte met Zijn kracht. Het was hen duidelijk dat God Zich niet in een of andere menselijke begripsdoos liet stoppen. Hij handelt volkomen eigenwillig en is soeverein in het krachtige werk van Zijn Geest.

Zij concludeerden voor zichzelf dat die verschijnselen die zij hadden gezien niet demonisch konden zijn. De duivel, deze gevallen aartsengel (geen God!) en zijn demonen zijn niet instaat om dingen van het licht te scheppen. Niet in staat om enige liefde en vreugde en leven en genezing en bevrijding en loslating te geven. Onmogelijk dat de vorst van de duisternis, de leugenaar vanaf het begin, de moordenaar van mensen, vol van roof, vol met haat en vol met dood en vernietiging op welke manier dan ook, een mens zo kan aanraken en genadegaven geven en genezen in ziel en lichaam. 

De boze kan niet genezen wat hij ziek gemaakt heeft, kan niet zelf uitvaren daar waar hij zijn intrek genomen heeft, kan zijn eigen gevangenissen niet openen om prooien los te laten en net zoals hij mensen niet zalig kan maken. Jezus Zelf zegt ervan dat een koninkrijk, een stad die tegen zichzelf verdeeld is, niet kan bestaan. Dan zou het rijk van de overste van deze wereld imploderen en ineenstorten. 

Alle goede gaven en alle volmaakte zegeningen (giften) zijn alleen maar afkomstig van de Vader van het licht bij Wie geen berouw is, geen schaduw van omkering en noch enige verandering (Jacobus 1 vers 17). Niet dat de boze niet zal proberen het na te bootsen echter dat zal altijd met kwaad doordrenkt zijn want goed kan hij onmogelijk doen en de waarheid kent hij niet. Zijn manifestaties zijn altijd kwaadaardig en leidden tot duisternis en geven geen licht. En die pogingen van misleiding zijn overal, zo stelden zij vast. In elke kerk of stroming of beweging of (huis)gemeente waar Gods Geest ook maar werkt. Je moet altijd en overal op je hoede zijn en waakzaam en de duivel geen ruimte geven. 

Vervuld!
Nu waren zij terug van die conferentie en vervuld met een nieuwe liefde voor Jezus en de kracht, de zalving van de Geest was meer op hen. Zij begrepen nu veel beter dat de komst van het Koninkrijk van God door Jezus Christus niet alleen de zondevergeving en het eeuwige leven betrof. Nee... het was veel groter en breder en omvangrijker. Dat Koninkrijk van Jezus moest ook de gevolgen van de zonden herstellen anders zou de verlossing uit de macht van de duisternis niet volledig zijn. Niet alleen de geest moest uit de geestelijke doodslaap opgewekt kunnen worden maar ook de beschadigde ziel geheeld en het zieke lichaam genezen. Anders zou Jezus geen waarheid gesproken hebben toen Hijzelf de reikwijdte van Zijn Koninkrijk uitsprak in Lucas 4: "De Geest des Heere is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezonden, om de armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart. Om gevangenen te preken loslating en de blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om het aangename jaar van de Heere." 

Hoe kon Jezus anders alle ziekten en aandoeningen en trauma's en verwondingen en beschadigingen en alle menselijke ellende gedragen hebben zoals verwoord in Jesaja 53 als die van God Zelf afkomstig zouden zijn? Dan zou God zelf de veroorzaker zijn van alle ziekten, alle beschadigingen en gebrokenheid, van gevangenschap in verslavingen en criminaliteit en oorlog, van de dood en alle ellende. En daar zou God dan Zijn Zoon voor op moeten laten draaien? Nee... dat geloofden zij niet. Genezing en herstel en bevrijding waren net zoals de verlossing en zondevergeving voor iedereen volbracht. Het was hen duidelijk geworden dat het Koninkrijk van God in de volle breedte met kracht verkondigd moest worden onder de leiding van de Heilige Geest om de wereld in haar diepe verlorenheid te bereiken. Toen dat duidelijk werd, besloten zij zich nog tijdens de conferentie over te geven aan die waarheid van Jezus en hun verdere leven eraan toe te wijden. 

Satans leugens...
En nu hadden zij zelf al die verschijnselen gezien waar zo tegen gewaarschuwd werd op internet. Er was hier geen sprake van demonische verschijnselen. Zij hadden het met eigen ogen gezien en waren zelf met die kracht vervuld door handoplegging. Zij waren niet demonisch geworden maar de liefde van Jezus was gaan stromen, de stromen van Levend Water waren diep uit hun binnenste opgeweld met kracht. En niet alleen door de handoplegging maar ook direct, zonder menselijke tussenkomst, door God Zelf tijdens de diepe aanbiddingstijd met liederen die Jezus verhoogde en tijdens de momenten en tijd van overgave aan Jezus! 

Zij zagen mensen liggen die hartverscheurend huilden, soms wel een half uur lang. Het kwam uit het diepst van hun bestaan: God was aan het schoonmaken en helen, herstellen en genezen. Zij zagen mensen vallen onder de kracht van de Geest. Zij vielen niet omdat zij naar achteren geduwd werden maar omdat de lichaamskrachten het begaven doordat God bezit van hen nam. Weer anderen vielen niet maar ervaarden Gods Geest en werden diep van binnen diep gereinigd en bekrachtigd. Velen werden genezen van innerlijke schade en pijn maar ook van lichamelijke kwalen. Niet iedereen maar er is voor hen grote hoop want Jezus is de Goddelijke Geneesheer en is het niet op de conferentie dan later. 

Sommigen moesten opgevangen worden, anderen gingen uit zichzelf liggen; ook soms vanwege de vrede van God die neerdaalde in hun ziel. Zij lagen daar in aanbidding en vervoering, een kwartier of een half uur. Sommigen bleven op hun stoel zitten en ontvingen daar een zegen. Sommigen schudden en beefden, net als de berg Sinaï onder de aanraking van God. God deed Zijn werk binnen in hen en ook soms ook in het lichaam. Een enkele keer schreeuwden mensen als de demonen het niet konden uithouden bij zoveel heiligheid en liefde van de Heilige Geest. Dat konden die demonen niet verdragen en vertrokken onder geschreeuw van uit het lichaam. 

Aangekomen in Jezus' bestemming
Zo waren zij eindelijk aangekomen bij hun bestemming. Hun bediening zou er een worden van kracht door de Geest om slangen en schorpioenen te vertrappen en over alle kracht van de vijand (satan). Vol met dezelfde passie die Jezus had voor de schapen zonder herder, binnen en buiten de kerken. Zij werden arbeiders in de oogst want de velden zijn wit om te oogsten. Velen wankelen ten dode en moeten nog gered worden. 

Zij waren niet bang voor namaak van de boze. Zij dachten aan de slang van Mozes. Mozes gooide zijn staf op de grond en het werd een slang. Dat deden de tovenaars van Farao ook maar de slang van Mozes at al de slangen van die tovenaars op. Als zij dicht bij Jezus bleven: in Hem en Hij in hen dan zou de misleiding geen vat op hen hebben, sterker nog, deze zou door hen worden ontmaskerd. Jezus is echt en leeft en regeert en had hen geroepen en gezonden zoals de Vader Hem gezonden had. Dat was de Bijbelse bediening van iedere gelovige. Gods Geest had hen de genadegaven van genezing, bevrijding en loslating en nog veel meer gegeven om dat te kunnen doen. Dus gingen zij... vol verwachting met een versterkt geloof!

Jezus roept ook jou!
Ga jij ook mee... kom doe als wij en ga met ons! 
Jezus Zelf roept je in de oogst... Hij laat voor je bidden!

Zie je de velden niet... die zijn wit voor de oogst!
Zie je die schapen niet zonder herder...  zij worden verscheurd door de wolven!
Zie je hen niet dwalen en hun rokende altaren niet?
Zie je al die hoge heuvels niet en dat onder alle groene boom?
Zie je de plaatsen zonder hoop niet waar zij zijn als doden?
Zie je hen niet rondtasten als blinden die overdag de muren nodig hebben?
Zie je hun zieke lichamen en beschadigde zielen niet?
Hoor je de schreeuw van hun hart om vervulling niet?
Hoor je hen achter de koperen deuren en stalen grendels niet kreunen?
Hoor je ..... en zie je het niet?

Ben je bang? 
Jezus is je voorgegaan!
Jezus leeft voor altijd!
Jezus stond op overwon de dood, het graf en regeert!
Jezus is voor altijd verhoogd, het Lam heeft overwonnen!
Jezus heeft al je werken al voorbereid van eeuwigheid!
Zijn hart kreunt over de verlorenen!

Jezus wil dat je bent daar waar de arenden zich verzamelen!
Jezus wil dat je sterft aan jezelf!
Jezus wil dat je Hem volgt!
Jezus wil dat je je kruis opneemt en draagt!
Jezus wil jouw leven helemaal voor Zichzelf!
Jezus wil dat je gaat!

Jezus wil dat je Zijn schoven in Zijn schuren binnenbrengt!

Kom dan!

Contact
Als er ouderen en jongeren zijn die Jezus zo zoeken en naar dat diepere leven met Hem verlangen dan ben ik er voor jou om te helpen. Kom thuis in je bestemming!

Ook als je Hem nog niet hebt aangenomen, nog niet bent wedergeboren, nog als een vermoeide en belaste zondaar of zondares ronddoolt in desolate plaatsen als een dode, kom dan!

Nu is het tijd om naar huis te komen, je bestemming te bereiken bij God want de avond valt en de duisternis komt eraan! Kom naar huis

"App" mij gerust. Mailen kan ook: levendenstromendwater@gmail.com. Gebruik van de afbeelding met toestemming van Ain Vares (www.ainvaresart.com).



NB. Lees hier mijn verslag en getuigenis op CIP van de conferentie "Er is meer" en de zegeningen die ik en anderen daar hebben ontvangen.