maandag 16 december 2013

Waar wordt de strijd tegen abortus gestreden?

Benauwdheid en verdrukking brengt ons vanwege abortus in beweging. Deze hemeltergende zonde spoelt al decennialang over ons land. Het jaarlijks doden van die 30.000 baby's tart onze ziel. Waar moeten wij nu toch zijn om deel te nemen aan een strijd die daadwerkelijk helpt om dit kwaad tegen te houden? Hier op aarde, in de hemel of in de hemelse gewesten?

Zaterdag, 7 december jl, reisde ik voor het eerst in mijn leven af naar Den Haag om de 'Mars voor het leven' mee te lopen. Indrukwekkende optocht tegen het doden van baby's in de moederschoot. Op de terugweg dacht ik: "Zou deze actie dat zondigen tegen God nu stoppen? 'k Vroeg mij ook af of de Heere Jezus mee zou lopen als Hij nu leefde". 


Stel dat er in Zijn tijd een vreedzame demonstratie geweest was op het tempelplein in Jeruzalem tegen de 'dode religie'; de hemeltergende zonde van die tijd. Zou Hij meegelopen hebben? Ik lees dat in de Bijbel niet. Jezus heeft nooit opgeroepen tot maatschappelijk geweld, tot vreedzame rebellie en stille tochten. Tegen Pilatus zei Hij: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld". Al eerder had Hij gezegd dat wie het zwaard opneemt, door het zwaard zal vergaan. Hij wil(de) geen aards Koninkrijk. 

Moeten wij dan maar aanzien dat het vermoorden van baby’s doorgaat? Dat wil God niet want in Ezechiel 3 vers 18 staat dat wij hen moeten waarschuwen anders zal God het bloed van onze hand eisen. Iedere keer als abortus behandeld wordt in de Tweede en Eerste Kamer, moet er een krachtig getuigenis klinken dat abortus zonde is tegen God, de Schepper van hemel en aarde. Geen gepreek maar getuigen van wat God zegt in Zijn woord en door Zijn Geest in het hart. Dat woord van Gods getuigenis zal daarna Zijn werk doen. Het zwaard van de Geest is immers krachtig en scherper dan enig tweesnijdend scherp zwaard; het oordeelt de gedachten en de overleggingen des harten van ieder die het hoort.

Zoals wij nu golven van zonden over ons land zien spoelen en aanvallen, zo trok een grote vijandige troepenmacht richting Israël in de tijd van de koning Josafat (2 Kronieken 20). Josafat vreesde zeer en zocht het aangezicht van de Heere. Hij riep heel Juda bij elkaar om bij Hem hulp te zoeken. Josafat ging in de tempel als voorbidder tussen het volk en de Heere staan en bad dit eenvoudige gebed dat direct in de hemel gehoord en verhoord werd.

"HEERE, God van onze vaderen, bent U niet die God Die in de hemel is? Ja, U bent de Heerser over alle koninkrijken van de heidenvolken. In Uw hand is kracht en sterkte, zodat niemand tegen U kan standhouden. Hebt U, onze God, niet de inwoners van dit land van voor de ogen van Uw volk Israël verdreven, en dat voor eeuwig aan het nageslacht van Abraham, die U liefhad, gegeven?

Zij zijn daarin gaan wonen en hebben daar voor U een heiligdom gebouwd, voor Uw Naam, en gezegd: Als ons enig onheil overkomt, het zwaard van het gericht, de pest of een hongersnood, zullen wij voor dit huis en voor Uw aangezicht staan, omdat Uw Naam in dit huis is. Wij zullen uit onze benauwdheid tot U roepen, en U zult verhoren en verlossen.

Welnu, zie de Ammonieten, Moab en de bewoners van het Seïrgebergte, tegen wie U Israël niet toestond op te trekken toen zij uit het land Egypte kwamen. Daarom trokken zij bij hen vandaan en vaagden hen niet weg, en zie, zij vergelden het ons, door ons te komen verdrijven uit Uw bezit dat U ons in bezit hebt gegeven. Onze God, zult U geen gericht over hen oefenen? In ons is immers geen kracht tegen deze grote troepenmacht die op ons af komt, en wij weten niet, wat wij moeten doen, maar op U zijn onze ogen gericht".


Josafat en Zijn volk wisten zich volkomen afhankelijk van de God van Abraham, Izaak en Jacob, Jehova. Josafat kon al die aanstormende vijanden niet de baas. Daarom riepen zij tot de Heere, al vastend. Is dit niet een voorbeeld dat wij zouden moeten navolgen als het om de strijd tegen abortus gaat? Paulus zegt dat feitelijk in 2 Korinthe 10 namelijk dat wij weliswaar wandelen in het vlees maar de oorlog voeren wij niet naar het vlees. Hij bedoelt dat wij leven hier op aarde in de fysieke tastbare wereld van mensen, relaties, gebouwen, wegen, landschappen en de gebroken wereld van rampen en oorlogen. Echter, zegt hij, dat de strijd daar niet plaatsvind en dus onze wapenen ook niet uit deze fysieke wereld zijn maar krachtig door God om de sterkten neder te werpen en alle hoogten die zich verheffen tegen God en alle gedachten gevangen te leiden tot de gehoorzaamheid van Christus.

Wij hebben de strijd dus niet tegen politici in de Tweede Kamer, niet tegen ministers, niet tegen koning Alexander die de wetten tekent, niet tegen vaders en moeders, niet tegen jongens en meisjes die abortus laten doen. Wij hebben de strijd niet tegen voorstanders van de vrije seksuele moraal, niet tegen klinieken en niet tegen artsen en verpleegsters die de ingreep verrichten. Ieder van hen weet diep in zijn of haar hart dat zij zondigen. God heeft dit in ieders hart gelegd; "Gij zult niet doden" zo klinkt in hun hart. Wij hoeven hen niet te overtuigen, dat doet Gods Geest in hun geweten. Stille tochten en nachtwaken doen dat ook niet. Maar .... wij hebben de strijd tegen de overheden, machten, geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw en tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

O God.. vergeef ons, vergeef ons... 
Laten daarom Gods kinderen opstaan in de kracht en bediening van Elia en zich verzamelen voor gebed. De schuld van ons volk zoals Daniel deed naar ons toe trekken: "Wij en onze vaderen met ons...". Ons 'eertijds', ons leven voor onze bekering, zal ons overtuigen om van 'wij' te spreken. Immers ook uit ons hart kwamen, toen, voort kwade bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen en lasteringen zo zegt Jezus in Mattheus 15 vers 18 en 19.

Laten wij de geestelijke slagvelden van het gebed betreden in nederigheid en ootmoed. Voor Gods troon strijden in de gebeden voor de levens van de nog ongeboren baby's. Voor de moeders/meisjes die pillen slikken en onder behandeling zijn om hun geweten te sussen. Of voor hen die yogatechnieken (en mindfulness) beoefenen om de stress van het geplaagde geweten maar te onderdrukken. Voor de mannen/jongens die weggelopen zijn van hun verantwoordelijkheid (en dwang hebben toegepast). Voor bekering van politici, ministers en koning Alexander.

Laten wij verschijnen in de hemelse gewesten met de gehele wapenuitrusting Gods (opnieuw en/of strakker) aangetrokken en met alle bidding en smeking, te allen tijde biddende in de geest! Laten wij nachtwakes in de binnenkamers doorbrengen omdat wij onze naasten en Zijn geboden liefhebben. De gezamenlijke nachten doorbrengen op de knieën om het gebed van Jesaja te bidden:

"Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten; gelijk een smeltvuur brandt, en het vuur de wateren doet opbobbelen, om Uw Naam aan Uw wederpartijders bekend te maken! Laat alzo de heidenen voor Uw aangezicht beven. Toen Gij vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten; Gij kwaamt neder, van Uw aangezicht vervloten de bergen. Ja, van ouds heeft men het niet gehoord, noch met oren vernomen, en geen oog heeft het gezien, behalve Gij, o God!"