zaterdag 7 december 2013

Opwekking in China in 1927 ... er waren voorbidders!

Op de vierde dag zou ik een groep ongelovige vrouwen weer lesgeven.
Het waren er zestien. Wij hadden het over kindermoord. 
Plotseling vroeg een van de vrouwen: "Mogen wij niet doen met onze kinderen wat wij willen?" 
Wij praten er langer over door. Toen stortte zij in. 
"O ik heb er drie gedood."
"En ik vijf...".
"Ik heb acht van mijn kinderen omgebracht".
"En ik dertien, maar het waren allemaal meisjes" (Alle anderen waren waarschijnlijk ook meisjes geweest).

Dit was het begin van een grote opwekking in China in 1927. Marie Monsen was daar zendelinge. Zij had een paar dagen ervoor met een andere vrouw gebeden en voor Gods troon gelegen. Zij vertelt zo over de geweldigste dag uit haar zendingsleven.

"De eerste dag dat wij samen baden, vastbesloten om op Gods beloften te vertrouwen, was de geweldigste uit mijn zendingsleven. Wij waren dat uur werkelijk in Gods nabijheid; de kleine kamer werd een heiligdom. Toen wij van onze knieën opstonden, grepen wij spontaan en zonder wat te zeggen elkaars hand. Toen kwamen in heilige vreze de woorden:

"De Heere was hier in ons midden".
"Ja".
"Hij neigde Zijn oor om te horen".
"Ja, Hij heeft alles gehoord".
"En Hij zal antwoorden".
"Ja, Hij zal het doen".
"Er gaat iets gebeuren".

Het was een uur geweest aan de troon van de genade en iedere volgende dag ging het net zo. Marie had al 20 jaar gebeden. Dat bidden was begonnen in 1907 toen er een opwekking uitbrak in Korea. Zij wilde erheen om het mee te maken en iets van dat vuur mee te nemen naar haar eigen zendingsveld. Toen zij aan het bidden was voor reisgeld, klonk een stem: "Wat je wilt krijgen door die reis, kun je hier ook krijgen door gebed". Zij beloofde plechtig: "Dan zal ik bidden tot ik het ontvangen heb". 

Wat er toen gebeurde, is indrukwekkend en geeft een glimp van de strijd in de hemelse gewesten, van de strijd tussen het Koninkrijk van het Licht en het koninkrijk van de duisternis. Zij liep, na die belofte, door de kamer om voor het eerst daarvoor te gaan bidden. Plotseling werd zij door een onzichtbare kracht tegengehouden en omvangen. Die kracht omschrijft zij als een van een boa constrictor, van een wurgslang die zich om haar lichaam wond en alle leven uit haar perste. Door het roepen van 'Jezus', 'Jezus' en 'Jezus' kon zij makkelijker ademhalen en week die 'slang' van haar. Zij begreep daardoor dat het bidden inderdaad belangrijk was en bad bijna 21 jaar voordat de opwekking kwam op haar zendingsveld. 


Marie Monsen hield God vast aan Zijn eigen belofte
en de opwekking kwam!
En hoe zit het bij ons dan? Hoe lang bidden wij al voor een opwekking in de kerkelijke gemeente waar wij maar weinig horen dat mensen tot bekering en wedergeboorte komen? Hoe lang bidden wij al voor onze stad, of dorp, of buurt waarin wij wonen waar veel mensen dag in, dag uit leven zonder God alsof er geen oordeel komt? Of voor een vriendin die nog steeds van God wegloopt en maar niet kan buigen omdat God zoveel ellende toelaat? Of voor onze man of vrouw die netjes leeft aan de buitenkant maar geen nieuw hart heeft? Houden wij het voorbidden nog vol?

Of hebben wij dat bidden maar opgegeven omdat we denken dat God het toch niet hoort? Of denken wij dat bidden iets is voor gelovigen die veel heiliger leven dan wij? Hebben wij de Heilige Geest soms bedroefd (al jaren) met onze wereldgelijkvormigheid of het leven in seksuele onreinheid? Leven wij in verborgen bitterheid naar onze vader, moeder, man of vrouw? Of is ons soms groot leed aangedaan en hebben wij het daarom maar opgegeven? Of heeft God het liefste van ons weggenomen, zijn wij boos op Hem en bidden wij daarom niet meer?

Wij kunnen ook denken dat de mensen waarvoor wij bidden anders zijn dan de mensen die bij al die opwekkingen in het hart geraakt werden. Of denken wij dat God veranderd is? Zou Hij daar in China anders zijn ... of toen in Korea .... of in 1950 in de Hebriden? Of zoals nu in de moslimlanden of ........ Is God echt anders dan Hij zegt? Hij is een Vader der lichte bij Wie geen schaduw van omkering is noch van enige verandering, toch?" De Heere zegt in Numeri 23 vers 19: "Zal Ik het spreken en niet doen en zeggen en niet bestendig maken?" Is God dan geen God meer? Of liegt Hij soms? 

Laten wij ons reinigen van ons ongeloof want God is almachtig en volkomen onveranderlijk. Laten wij gaan bidden zoals wij nog nooit gebeden hebben. Gaan bidden zoals Paulus dat zegt nadat hij onze wapenuitrusting in Efeze 6 beschreven heeft. Als wij die aangetrokken hebben in de kracht van de Heere en de sterkte van Zijn macht dan "met alle bidden en smeking, ten alle tijden biddende in de Geest tot hetzelve wakende met gedurigheid en smeking .... " 

Of zoals hij het beschrijft in Romeinen 8 vers 26 dat Gods Geest onze zwakheden tegemoet komt in het bidden. En dat dat de Heilige Geest Zelf met die onuitsprekelijke zuchtingen mee bidt als wij niet weten te bidden zoals het behoort. Dat zijn gebeden die vanuit Gods troon neerdalen in onze ziel en daar samen met die gebeden van de Geest van God, weer opstijgen naar Zijn troon voor verhoring.

Gaan wij weer op de muren en in de bressen staan als voorbidder voor zielen die eeuwigheidswaarde hebben? Gaat u mee in het te verwachten van God Wiens Zoon gezegd heeft: "Bid en u zal gegeven worden, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opgedaan"? Laten wij volharden als voorbidders zoals Marie Monsen dat deed.

Geschreven door Cees van Beek. Als u vragen heeft, mail gerust en aarzel niet.