dinsdag 1 september 2015

Zij getuigde meteen over Jezus... wij ook?

"Luister allemaal... ik heb Hem gezien!"
"Laat ons met rust!"
"Luister... Hij is het!"
"Waarom zouden wij naar jou luisteren?"
"Dat weet ik heus wel hoor maar luister... Hij is echt de Messias!"
"Wat zeg je daar... dat kan helemaal niet."
"Hij vertelde mij al de verkeerde dingen die ik gedaan heb."
"Over al die mannen waarmee je geleefd hebt?"
"Ja... en toen gaf Hij mij 'levend water' te drinken."
"'Levend water'... wat is dat nu weer, niet uit de Jacobsbron dan?"
"Nee... voor vrede met God en rust voor mijn ziel."

"Weet je zeker dat het Johannes de Doper niet is?"
"Nee... Hij is anders, vol liefde en Hij keek dwars door mij heen."
"Hoe ziet Hij er dan uit?"
"Kom mee naar de waterput dan kun je het zelf zien."
"Nu zeker... het is niet om uit te houden in de zon."
"Kom nu... straks is Hij weer weg."

"Goed... laten wij dan met z'n allen gaan."
"'Levend water' wat zou dat zijn?"
"Trouwens, waar is je watervat gebleven?"
"Oh... die staat nog bij de waterput... helemaal vergeten."
"Vertel nog eens precies wat er gebeurde?"
"Nou... Hij vroeg ik of 'levend water' wilde dan hoefde ik nooit meer dat water van de wereld te drinken."
"Bood Hij dat uit Zichzelf aan?"
"Ja... zomaar voor niets!"
"En het zou een fontein in mij worden, springende tot in het eeuwige leven."
"Wij zijn een beetje zenuwachtig.... vertel nog eens wat meer."

In Sichar

Zo zal het wel ongeveer gegaan zijn in dat dorp, denk ik. Zij waren gestoord in hun middagrust. Plotseling had de stem van die overspelige vrouw hen opgeschrikt. Zij vertelde dat er een Man bij de waterput zat Die de Christus zou zijn. Hij kende heel haar leven en had haar vrede in haar hart gegeven en rust voor haar ziel. Dat was ongekend, hevig, ingrijpend en nooit eerder gebeurd. 

O ja... wel vreemd hoor want er waren zojuist ook al twaalf mannen in hun dorp gekomen om broden te kopen. Zouden die bij die Vreemdeling horen? Zij konden niet meer thuisblijven, hitte of niet, vrouwen en mannen en kinderen gingen zij door de velden op pad naar de bron. Gedreven door geestelijke nieuwsgierigheid, diep van binnen gevoed door een ontwaakte hoop. Zou Hij, de Messias, Die de Christus is, er dan eindelijk zijn? En zou Hij dan ook voor hen, Samaritanen, gekomen zijn? Zij waren niet eens echte Joden?!

Zou Hij dan toch...? Zij wilden ook die rust voor hun ziel, dat levende water trok hen van binnen! Zouden zij dan van hun schuld en zonden verlost kunnen worden? Hoefden zij dan niet meer naar afgoden die hun verlangens niet konden bevredigen. De Geest overtuigde hen van binnen om die innerlijke leegte op te laten vullen door die Man, de Christus. Zij geloofden hun dorpsgenote. Kijk eens wat een rust zij uitstraalde en hoe eerlijk had zij alles verteld. Zij was zo'n vuile bedriegster geweest en had zo'n puinhoop gemaakt van haar leven en dat van anderen. Er moest wat met haar gebeurd zijn want zij straalde zo. Dat kwam van binnenuit, dat kon niet anders.

Bij de bron
Jezus ziet de vrouw weer naar haar dorp gaan. Intussen komen Zijn discipelen uit dat dorp waar zij broden gekocht hadden en vroegen Hem of Hij niet wilde eten. Hij had wel honger en dorst maar nu overheerste de wil van Zijn Vader. Diep in Hem brandde het hevige verlangen om die wil te doen, namelijk de blijde boodschap brengen aan verloren mensen en hen eeuwig leven geven (Johannes 6 vers 40).

Hij had in Zijn geest van de Vader gehoord dat Hij door Samaria moest gaan. Daar had Hij deze vrouw ontmoet. Die vrouw kwam op het heetst van de dag om water te putten. Daarmee ontweek zij de andere mensen en zij was belast en beladen met levenslasten. Lasten, zo had Hij gepeild in haar hart, die nooit te dragen waren zonder Zijn Vader. Hij had haar van het 'levende water' te drinken gegeven en zij was weggelopen zonder haar waterkruik mee te nemen. Hij bad innerlijk dat zij het zou gaan vertellen aan haar dorpsgenoten. 

Hij bad dat ook die andere inwoners van het dorp zouden komen voor vergeving van zonden en herstel en genezing. In de verte bewoog iets en ja... daar kwamen zij dwars door het veld. Zijn hart verheugde zich om deze mensen die naar Hem toekwamen. Zij hadden een onsterfelijke ziel voor de eeuwigheid en Hij zou ook lijden voor hun zonden. Zij kwamen en Hij vertelde hen over dat het drinken van het 'levende water', over die innerlijke rust, over de verlossing en over de vergeving van de zonden. Want juist daarvoor was Hij gekomen in deze wereld om het diepe liefdesverlangen van Zijn Vader en van Hemzelf te laten zien namelijk dat zij allen eeuwig leven zouden ontvangen als zij in Hem geloofden.

In het dorp
Daar zat Hij bij de waterput, omringd door de inwoners van Sichar. Hij deelde de blijde boodschap van eeuwig leven, van vrede met God, van het leven zonder veroordeling, van de levendmaking uit de geestelijke dood, van de waarheid, van de vrijheid en van de Geest Die leven is en leven geeft! Hij sprak over het einde van de doodlopende weg van de wet en van alle regels en tradities die als een juk op hun schouders lagen en hen niet zalig maakten. 

O... wat waren de inwoners van Sichar blij toen zij hoorden dat de zaligheid ook voor hen was. Hoewel Jezus, want zo heette Hij, een Jood was en de zaligheid uit de Joden is, toch is Hij de Zaligmaker van de hele wereld. En daar hoorden zij ook bij. Diepe verlangens leefden in hun hart naar vrijheid, naar waarheid, naar vulling van dat diepe gat in hun ziel, naar die vrede met God en naar het eeuwige leven. Zij geloofden Hem om wat er bij die overspelige vrouw gebeurd was maar wilden meer weten. Zij vroegen Hem daarom te blijven want zij hadden zoveel vragen. 

O... wonderlijk dat Hij bij hen wilde blijven. Hij was immers een Jood en de Joden keken verachtelijk neer op de Samaritanen. Zij, de Joden, gingen liever een straatje om dan dat zij een Samaritaan wilde ontmoeten. Zij ervaarden dat Hij om hen gaf en Hij bleef twee dagen bij hen. Hij beantwoordde alle vragen en sprak indringend over die blijde boodschap van verlossing en vergeving en genezing. Zij zagen de waarheid nu zelf en geloofden in Hem om wat Hij Zelf zei en vertelde. Niet meer om wat die vrouw verteld had maar omdat Hij de Christus was en ook hun Zaligmaker was geworden. Dat 'levende water' dat Hij aan die vrouw gegeven had, hadden zij nu ook van Hem ontvangen en... gedronken. 

Die vrouw... hè?!
Het is bijna adembenemend als je deze geschiedenis leest. Over een Samaritaanse vrouw die haar watervat bij de waterput liet staan. Zo'n vat, of kruik, was in die tijd van levensbelang. Zij liet het staan omdat zij de Messias, de Christus, had ontmoet. Hij was ook voor haar persoonlijk naar de aarde gekomen was. 

Zij had van het 'levende water' gedronken en wilde dat meteen vertellen aan haar dorpsgenoten, aan haar familie zoals haar vader en moeder, haar opa en oma, haar broers en zussen, aan haar buren en aan alle anderen in dat dorp. "Zij verliet haar watervat" staat er zo eenvoudig en ging naar het dorp, ongeacht of zij haar uit zouden schelden, weg zouden sturen of nog meer gaan haten dan nu, toch ging zij ogenblikkelijk. 


"Zie, Ik zeg u: Heft uw ogen op en aanschouwt de landen; want zij zijn alrede wit 
om te oogsten (Johannes 4 vers 35b)"
Wonderlijk hoe de boodschap van Jezus zich verspreidde als een olievlek in Sichar, als een niet te temmen bosbrand toen zij getuigde van Jezus en de vergeving van zonden en verzoening met God. Dat trok dorpsgenoten aan die diep van binnen net zo leeg waren als zij. Die kettingreactie, een heel dorp op de been, om de woorden van dat 'levende water' die Jezus tegen hen sprak. "En er geloofden er veel meer om Zijns woorden wil" staat er in Johannes 4 vers 41. En dat alleen omdat zij eenvoudig getuigde van Jezus, als de Christus! Zij maaide wat zij niet gezaaid had, ontving loon en vergaderde vrucht ten eeuwige leven. Het schilderij van Ain Vares hierboven beeldt die vrouw, al oogstend, zo treffend uit.

En wij dan? 

En wij... die gered zijn van de tweede dood (Johannes 11 vers 26)?
En wij... die geen veroordeling meer krijgen (Romeinen 8 vers 1)?
En wij... die gered zijn van de buitenste duisternis (Mattheus 8 vers 12)?
En wij... die gered zijn van oneindig lijden in de poel (Openbaringen 21 vers 8)?

En wij... die eeuwig leven hebben en overvloed (Johannes 10 vers 10)? 
En wij... die vergeving van zonden hebben (Kolossenzen 1 vers 14)?
En wij... die altijd toegang hebben tot de genadetroon (Hebreeën 5 vers 16)? 
En wij... die wandelen als kinderen van het licht (Efeze 5 vers 8)?

En wij... die straks de bruiloft van het Lam vieren (Openbaringen 19 vers 7)? 
En wij... die straks nooit meer huilen en geen verdriet en moeiten meer hebben?
En wij... die straks zonder dood en rouw zijn (Openbaringen 21 vers 4)? 
En wij... die straks op straten van goud lopen (Openbaringen 21 vers 21)?

En wij... die schatrijk zijn en aan niets gebrek hebben? Wat getuigen wij van Die Jezus Die de beker gevuld met onze zonden, leegdronk tot de laatste druppel? Getuigen wij van Hem Die stierf voor ons en opstond uit de dood en nu regeert met alle glorie, majesteit, eer en macht en kracht? Hoe vaak getuigen wij blijmoedig en vrijmoedig over Jezus? Wij hebben een levende Jezus! Moeten wij, zoals die vrouw, onze watervaten dan ook niet verlaten en gewoon gaan?

Onze watervaten... weg ermee!
Onze watervaten van vrees voor afwijzing door vader of moeder of door dominee of ouderling of vriendinnen, of door eigen man of vrouw of door kennissen? 
Die Samaritaanse vrouw was een verstotene en toch ging zij! 
Ook Jezus werd afgewezen door eigen volk, familie, broers en zussen, zelfs door Zijn eigen moeder die toch alle dingen in haar hart opgeborgen had? Zweeg Hij?

Ons watervat van (ver)oordelende mensen in onze gemeente? 
Die Samaritaanse vrouw was wellicht uit de synagoge gegooid vanwege haar zondige leven maar zij ging toch naar degenen die dat gedaan hadden. 
Ook Jezus werd aan een stuk door veroordeeld door de godsdienstige leiders en de vrome Joden. Zij wilde Hem voortdurend stenigen en doden en haatten Hem diep. Hij hield Zijn mond niet want Hij zag hun diepe verlorenheid voor God en de onvoorstelbare verblinding door de satan die hen wilde vermoorden. 

Ons watervat van schaamte om er voor uit te komen? 
Die Samaritaanse vrouw, die leefde in voortdurende schaamte en boosheid, ging want zij had iets bovennatuurlijks ontvangen dat anderen ook moesten weten. Zij zag dat haar dorpsgenoten en haar familie, haar man (en kinderen?) dat net zo goed nodig hadden als zij, om nooit meer te dorsten naar het water van de wereld.

Ons watervat vol met ongeschiktheid, weerhoudt ons dat?
Die vrouw dacht er helemaal niet aan wat zij zeggen, of spreken zou. Zij vergat zelfs haar watervat. Zij ging en getuigde alleen maar van haar gesprek met Jezus en van dat 'levende water'; niet meer en niet minder!

Als wij dit lezen, zouden wij dan al onze watervaten niet meteen achter moeten laten zoals die vrouw deed? Gewoon vergeten want als wij deze mee blijven dragen, verhinderen zij ons om te getuigen en uit te gaan naar verloren schapen zonder herder, uit de gaan naar de velden die wit zijn om te oogsten. Naar hen die nog steeds hun eigen wegen gaan en verblind en ongered op weg zijn naar de eeuwigheid.... Wat betekenen die watervaten dan nog? Weg ermee en laten wij gaan in de Naam van Jezus!

En als wij (niet) gaan...?
Paulus schaamte zich ook niet voor het Evangelie van Christus, net als die vrouw. Want hij wist dat dit een kracht Gods tot zaligheid is voor hen die geloven (Romeinen 1 vers 16). Hij kende de diepe verlorenheid onder de macht van de duisternis want daar was hij zelf ook onder gevangen geweest. Hij werd daarom door innerlijke passie gedreven met woorden van demonstratie van kracht en van de Heilige Geest.

Paulus besefte, als geen ander, dat als wij dat niet doen, zij niet zalig worden. In Romeinen 10 vers 13 en 14 schrijft hij daarover: "Want een ieder die de naam van de Heeren zal aanroepen zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Welke zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven van Welke zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder die hun predikt?"  Immers het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het woord Gods zegt hij een paar verzen verder. Dat moet bekend gemaakt worden anders zullen zij de naam van de Heeren niet kunnen aanroepen. 

Willen wij gezonden worden met lieflijke voeten om de vrede en het goede te verkondigen? Als wij dat willen, laten wij dan met dezelfde innerlijke gedrevenheid als Jezus en als Paulus vertellen over de diepe rust voor de ziel en en de vrede met God die wij ontvingen toen wij geloofden in Jezus. En laten wij doorgaan of beginnen, al struikelend soms, en onvolmaakt. Laten wij met kracht getuigen van de grote daden die Hij, Die dierbare Heiland, in ons leven gedaan heeft. Dan zullen wij vruchten zien!

Gebed om vrijmoedigheid
Als wij geen of te weinig vrijmoedigheid en blijmoedigheid bemerken bij onszelf, laten wij dan het volgende gebed bidden.

"Hemelse Vader... wij zijn klein van kracht en nog niet gestorven aan onszelf zoals die graankorrel waar Uw Zoon Jezus over sprak toen Hij zei: "Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort (Johannes 12 vers 24)." Uzelf, Heere Jezus, gaf het voorbeeld door in de aarde te vallen, te lijden en te sterven in volkomen opoffering voor ons. Door Uw opstanding konden wij leven ontvangen en overvloed.

Wij belijden onze angst, onze afkeer, onze onwil, onze onkunde om te sterven aan onszelf. Wij leggen desondanks al onze eigen ideeën, plannen en ambities op Uw altaar. U mag onze levens hebben; ook al onze (vrije) tijd om het in te vullen zoals U dat wilt. Breekt U ons af, leegt U ons tot op de bodem en doopt U ons overvloedig met Uw Geest en met vuur zodat wij kanalen worden waardoor U werkt en vaten die U tot overlopens vult. 

Schenkt U ons het diepe verlangen naar de zaligheid, de redding van al onze stads- en dorpsgenoten en familie! Vervul ons dagelijks in overvloed met Uw Geest zodat wij met kracht uit de hoge worden aangedaan als wij U, Jezus Christus, verkondigen. Dat onze eenvoudige woorden, als pijlen uit de hemel gedreven door de Geest, de harten raken van hen die wij liefhebben en nog ongered zijn! 

Wij bidden dit in de machtige Naam van Jezus Christus, Die gezeten is aan Uw Rechterhand. Amen, Halleluja want in U alleen, Jezus, is de kracht en de wijsheid en de macht en de eer tot in alle eeuwigheid!"

Contact
Als je hulp nodig hebt met getuigen, laat het weten en dan help ik je. Lees hier wie ik ben en wat mijn motieven zijn. 
Als je aan mij, Cees van Beek, vragen hebt, mail mij gerust en aarzel niet. De tijd is zeer kort en ga redden want zij wankelen ten dode! 
Gebruik van de afbeelding met toestemming van Ain Vares, www.ainvaresart.com.